Skip to content
Snel en professioneel Binnen 24 uur op contract Kundige HR-adviseurs Maatwerk oplossingen

Eindelijk akkoord over nieuwe cao voor uitzendkrachten

Laatste update op 2 december 2021 om 10:27 am
Leestijd: 2 minuten

Na ruim een jaar onderhandelen, was het vorige week dan eindelijk zo ver: de ABU bereikte een akkoord met de vakbonden FNV, CNV en De Unie over een nieuwe cao voor uitzendkrachten. Kleine kanttekening was in eerste instantie dat de NBBU geen onderdeel van dat akkoord uitmaakte en verklaarde nog in gesprek te zijn met de bonden. Uiteindelijk liet de NBBU afgelopen vrijdagavond weten zich alsnog bij het akkoord aan te sluiten.

In een verklaring stelde de NBBU dat met het akkoord een situatie is gecreëerd waarin de belangen van uitzendkrachten en die van de NBBU-leden het beste behartigd worden. “Nu is ook de stem van het MKB verzekerd van een positie aan tafel voor de verdere uitwerking van het SER-advies”, aldus een woordvoerder van de uitzendkoepel die met ruim 1300 aangesloten bedrijven meer dan een kwart van de branche vertegenwoordigt.

Andere ingangsdatum

Uitzendkrachten die voor een bij de NBBU aangesloten bureau werken, blijven overigens wel onder een aparte cao vallen. De arbeidsvoorwaarden zijn inhoudelijk echter identiek aan die van de cao van de ABU. Enige verschil tussen de twee cao’s is de ingangsdatum: waar de ABU-cao meteen op 17 november van kracht werd, gaat de cao van de NBBU pas anderhalve maand later in; op 1 januari 2022. De looptijd van beide cao’s is tot 2 januari 2023.

Breed draagvlak

Bij de start van de bijzonder moeizaam verlopen onderhandelingen formuleerden de betrokken partijen drie belangrijke uitgangspunten: meer werkzekerheid voor uitzendkrachten, een betere pensioenopbouw en verkleining van het verschil in loon tussen uitzendkrachten en vaste medewerkers. Volgens Jurriën Koops, directeur van de ABU, hebben de betrokken partijen elkaar in het belang van de uitzendbranche op alle drie de punten uiteindelijk prima weten te vinden. “Ik ben er erg blij mee dat we erin geslaagd zijn een cao met een breed draagvlak te realiseren”, aldus Koops. “Hiermee leggen we een solide basis voor een gezamenlijke invulling van het SER-advies, waarin zekerheid voor mensen, een wendbare economie en herstel van de samenleving centraal staan.”

Uitbreiding inlenersbeloning

Een eerste belangrijke afspraak in het onderhandelingsresultaat is dat de zogeheten inlenersbeloning wordt uitgebreid. “Het loon en de overige arbeidsvoorwaarden van uitzendkrachten moeten uiteindelijk gelijkwaardig worden aan die van hun collega’s die bij de inlener in dienst zijn”, aldus bestuurder Karin Heynsdijk van FNV Flex. “Door deze cao wordt het verschil al kleiner; in de volgende meerjarige cao koersen we naar daadwerkelijke gelijkwaardigheid.” Ook wat pensioen betreft, gaat de uitzendkracht er met deze cao op vooruit: de pensioenopbouw start niet alleen eerder, maar wordt ook over een groter deel van het inkomen opgebouwd. Concreet houdt dit in dat het verschuift van 26 gewerkte weken naar 8 gewerkte weken.

Meer werkzekerheid

Daarnaast creëert de nieuwe cao meer werkzekerheid voor de uitzendkracht (die zich in fase 1/2 én fase 3 bevinden): de duur van een eerste tijdelijk contract gaat van maximaal 78 weken naar maximaal 52 weken. Ook de periode dat iemand een contract voor bepaalde tijd mag krijgen, wordt ingekort en gaat van vier naar drie jaar.

Arbeidsmigranten

In de cao is ook een speciale paragraaf over de positie van arbeidsmigranten opgenomen. Daarbij golden de aanbevelingen van het Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten onder leiding van Emile Roemer als leidraad. Naast een inkomensgarantie ter hoogte van het wettelijk minimumloon voor de eerste twee maanden bij een uitzendwerkgever, is onder andere afgesproken dat arbeidsmigranten tot vier weken na het aflopen van hun uitzendovereenkomst in de huisvesting kunnen blijven.

Back To Top