skip to Main Content
Snel en professioneel Binnen 24 uur op contract Kundige HR-adviseurs Maatwerk oplossingen
Prinsjesdag 2020: De Belangrijkste Punten Uit De Miljoenennota

Prinsjesdag 2020: De belangrijkste punten uit de Miljoenennota

Leestijd: 3 minuten

Prinsjesdag 2020 belandt in de geschiedenisboeken als de soberste en warmste ooit. Bovendien is het de eerste keer sinds 1904 dat de Troonrede niet wordt uitgesproken in de Ridderzaal, maar in de Grote Kerk. Dit jaar bovendien geen Gouden Koets, rijtoer of balkonscène; laat staan duizenden enthousiaste, veelal in oranje uitgedoste belangstellenden. Corona maakte het allemaal onmogelijk.

Wat bijna vanzelfsprekend wel overeind bleef, was de traditie dat een deel van de plannen ruim voor Prinsjesdag uitlekte. Zo werd al snel duidelijk dat het kabinet midden in deze coronacrisis nadrukkelijk kiest voor ondersteuning van de koopkracht en het via een omvangrijk pakket van maatregelen stimuleren van de economie. Koning Willem Alexander daarover in de Troonrede: “De regering maakt in deze onzekere tijd niet de keuze te bezuinigen, maar juist te investeren in baanbehoud, goede publieke voorzieningen, en een sterkere economische structuur en een schoner land nu en straks. Op die pijlers rusten de plannen van de regering voor het komende jaar.”

Plannen en keuzes

Wat staat er verder in de Miljoenennota en het Belastingplan waar het gaat om werk en inkomen? DIRECT Payrolling & Staffing zet de belangrijkste plannen en keuzes van het kabinet op een rijtje:

  • De eerder aangekondigde verlaging van het hoge tarief van de vennootschapsbelasting gaat niet door, waardoor dit tarief op 25% blijft. Zo creëert het kabinet financiële ruimte om juist nu de economie te versterken.

 

  • Het kabinet stimuleert bedrijven om investeringen te doen met een nieuwe investeringskorting vanaf 2021, de baan gerelateerde investeringskorting (BIK). Als bedrijven een investering doen, zoals de aankoop van een nieuwe machine krijgen ze een korting die ze kunnen verrekenen via de loonheffing. Details van de regeling worden nog verder uitgewerkt.

 

  • De verlaging van het lage Vpb-tarief van 16,5% naar 15% gaat wel door. Bovendien gaan meer MKB-bedrijven in de komende jaren dit lagere tarief betalen. Vanaf 2021 geldt het lage tarief voor winsten tot € 245.000 in plaats van € 200.000. In 2022 zal deze grens verder verhoogd worden naar € 395.000.

 

  • Het kabinet verbetert de toegang voor starters tot de woningmarkt. Vanaf 2021 betalen huizenkopers van 18 tot 35 jaar geen overdrachtsbelasting meer. Beleggers gaan juist meer betalen: van 6% naar 8%.

 

  • Het kabinet biedt ook lastenverlichting. Spaarders en kleine beleggers met een vermogen tot € 50.000 (of € 100.000 met fiscaal partner) betalen vanaf 2021 geen belasting meer over dat vermogen. Het tarief van de belasting gaat wel iets omhoog van 30% naar 31%. Het aantal kleine spaarders en beleggers dat box 3-belasting betaalt daalt hierdoor met bijna 1 miljoen mensen. En het betekent dat iedereen met spaargeld of belegd vermogen tot € 220.000 (of € 440.000 met fiscaal partner) daarover minder belasting gaat betalen.

 

  • Door de verhoging van de arbeidskorting uit 2022 een jaar naar voren te halen, gaat werken komend jaar meer lonen. Zowel werknemers als zelfstandigen profiteren hiervan. Deze verhoging komt bovenop een al eerder geplande verhoging voor 2021. Ook de algemene heffingskorting wordt extra verhoogd met € 22, bovenop de € 60 die al gepland was. In 2021 daalt het basistarief in de inkomstenbelasting van 37,35% naar 37,10%. Het kabinet verlaagt dit tarief tussen 2022 en 2024 verder, tot uiteindelijk 37,03%. Tot slot wordt ook de ouderenkorting verhoogd.

 

  • De zelfstandigenaftrek wordt verder verlaagd. Het kabinet compenseert dit, zodat de meeste zelfstandigen er volgend jaar nog steeds op vooruit gaan (arbeidskorting en wijziging inkomstenbelasting). Het kabinet bouwt de zelfstandigenaftrek sneller en sterker af, bovenop de stappen die vorig jaar al zijn ingezet. Vanaf volgend jaar wordt de aftrek jaarlijks verlaagd; totdat deze in 2036 uitkomt op € 3.240. Dit was oorspronkelijk € 5.000 in 2028. Hiermee worden de verschillen in belastingdruk tussen werknemers en zelfstandigen verminderd.

 

Bron: Rijksoverheid

Back To Top